Home

Wanneer heeft u recht op een WW-uitkering?

De WW is een verplichte verzekering voor werknemers op grond van de Werkloosheidswet (WW). U kunt in een aantal situaties met de WW te maken krijgen:

U bent uw dienstverband helemaal kwijtgeraakt;
U bent uw dienstverband gedeeltelijk kwijtgeraakt;
U bent gedeeltelijk arbeidsongeschikt; voor de uren dat u geschikt bent heeft u (nog) geen werk;
U heeft wel een werkgever, maar deze kan uw loon niet meer betalen omdat hij (bijna) failliet is.

Om recht te hebben op een WW-uitkering is het van belang dat u aan de volgende voorwaarden voldoet:

Voorwaarden Uitleg
U bent een werknemer.
U bent werknemer als u jonger bent dan 65 jaar en (vóór uw werkloosheid) op grond van een dienstverband werkzaam was.

U bent werkloos.

U bent werkloos indien u:

een relevant arbeidsurenverlies hebt geleden; én
u het recht op loondoorbetaling over die uren verloren bent; én
u beschikbaar bent om arbeid te aanvaarden.

U heeft in voldoende weken gewerkt

U moet in de 36 weken vóór uw werkloosheid in minimaal 26 weken hebben gewerkt.

U bent niet uitgesloten van het recht op WW.

Zo bent u bijvoorbeeld in de volgende situaties van het recht op WW uitgesloten.
U bent gedetineerd;
U bent 65 jaar of ouder;
U woont of verblijft in het buitenland anders dan vanwege vakantie.

Hoogte van de WW-uitkering

De WW-uitkering bedraagt de eerste twee maanden 75% van uw dagloon; vanaf de derde maand wordt de uitkering 70% van uw dagloon.

Onder bepaalde voorwaarden kan de WW-uitkering worden verhoogd met een toeslag . De WW-uitkering wordt verminderd als u tijdens de WW-periode bepaalde inkomsten heeft.

Duur van de WW-uitkering
Voldoet u aan de voorwaarden voor het recht op WW, dan heeft u recht op een kortdurende WW-uitkering. U mag alleen niet verwijtbaar werkloos zijn. Een kortdurende WW-uitkering duurt maximaal drie maanden.

Voldoet u niet alleen aan de eerder genoemde voorwaarden, maar óók aan de jareneis, dan heeft u recht op een langere WW-uitkering. U mag alleen niet verwijtbaar werkloos zijn. De jareneis houdt in dat u in de voorgaande vijf kalenderjaren ten minste vier jaar gewerkt moet hebben. Voor ieder jaar dat u minimaal 52 dagen loon heeft ontvangen, bouwt u één jaar arbeidsverleden op. Voor de periode tót 1998 geldt een zogenaamde fictieve berekening: het kalenderjaar waarin u achttien werd en de jaren daarna tot aan het jaar 1998 tellen mee voor uw arbeidsverleden, óók de jaren waarin u niet gewerkt heeft. De uitkering duurt in maanden even lang als uw arbeidsverleden in jaren, met een maximum van 38 maanden. Vaststellingsovereenkomst en recht op ww.

Verplichtingen

De WW legt u ook verplichtingen op. Bij schending van deze verplichtingen wordt de WW blijvend of tijdelijk, geheel of gedeeltelijk, geweigerd. Als u uw inlichtingenplicht schendt, dan kan het UWV u ook een bestuurlijke boete opleggen.

Einde van de WW-uitkering

U heeft geen recht meer op WW in de volgende situaties:

Situatie Uitleg
U gaat weer aan het werk. Heeft u een baan gevonden voor minder uren dan waarvoor u een uitkering ontving, dan blijft u een uitkering ontvangen voor de resterende uren. Voor die uren moet u wel aan de sollicitatieplicht voldoen. Wanneer er minder dan vijf uren overblijven (of minder dan de helft als u voorheen minder dan tien uur werkte) bent u niet langer werkloos volgens de WW. De uitkering wordt dan gestopt.
U voldoet niet meer aan alle voorwaarden voor een WW-uitkering. Bijvoorbeeld omdat u een Ziektewetuitkering krijgt of u volledig arbeidsongeschikt bent geworden.
De maximale uitkeringsduur is verstreken. Bent u op het moment dat de maximale uitkeringsduur is verstreken nog werkloos, dan kunt u een IOAW– of een bijstandsuitkering aanvragen.
U wordt 65 jaar. Vanaf de maand dat u 65 jaar wordt, ontvangt u een AOW-uitkering.